Theedrinken met Terroristen

Alastair Crooke interviewed by VRIJ Nederland, May, 2006 (Dutch)

Het WRR-pleidooi voor een dialoog met Hamas en Hezbollah werd door Nederlandse politici met hoon overladen. Maar Alastair Crooke, voormalig politiek rapporteur van de Britse inlichtingendienst MI6, geeft de WRR groot gelijk. ‘Het is bizar: we willen een wereldcrisis bezweren door met steeds minder mensen te praten.’

Zelden heeft een WRR-rapport zoveel rumoer veroorzaakt als het recente onderzoek naar het islamitisch activisme, waarin wordt gepleit voor toenadering tot Hamas en Hezbollah. Al vóór de presentatie werd het door verschillende politici van tafel geveegd. VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali noemde het rapport, waaraan drie jaar is gewerkt, ‘onwetenschappelijk’ en ‘een politiek pamflet’, CDA-fractievoorzitter Maxime Verhagen sprak over ‘studeerkamerpolitiek’, de LPF en Geert Wilders eisten op hoge toon dat de premier afstand van de WRR zou nemen. In het buitenland wordt de discussie met belangstelling gevolgd, ook door onderhandelingsexpert Alastair Crooke. Hij werkte tientallen jaren in conflictgebieden, voor de Britse inlichtingendienst MI6 en voor Javier Solana, uitenlandcoördinator van de EU. Twee jaar geleden richtte hij het Conflicts Forum op. Die onafhankelijke organisatie probeert toenadering tussen het Westen en de islam tot stand te brengen, onder meer door middel van vertrouwelijke ontmoetingen tussen Amerikaanse en Europese beleidsmakers en de top van Hamas en Hezbollah. Dat is hoogstnoodzakelijk, zegt hij, want de westerse politiek heeft last van toenemende ideologische verblinding. Vanuit Beiroet, waar hij net met de top van Hamas heeft gesproken, reageert hij op de voornaamste bevindingen van het WRR-onderzoek. De analyse dat het islamitisch activisme een grote diversiteit kent en een belangrijke rol zou kunnen spelen in hervormingsprocessen in het Midden-Oosten is ‘volkomen juist’, zegt hij. En dat geldt ook voor de voornaamste aanbeveling van de WRR: dat het Westen de dialoog met islamitische groeperingen als Hamas en Hezbollah niet moet afwijzen.

‘Het is van het grootste belang om onderscheid te maken tussen extremistische groepen als Al Qaeda, die het hele westerse systeem willen vernietigen om de islamitische staat op te bouwen, en groepen als Hamas en Hezbollah, die brede steun hebben in hun eigen gemeenschap, en die proberen hun samenleving te hervormen van onderaf. Ze willen een einde maken aan corruptie, ze willen een rechtvaardig bestuur, en voor alles willen ze vrije verkiezingen.'

Om vervolgens de democratie af te schaffen?

‘Nee, daar is geen sprake van. Hamas is een vurig voorstander van vrije verkiezingen, net als de overgrote meerderheid in de moslimwereld. Het is van het grootste belang dat we die groepen steunen, want als we dat niet doen worden ze overvleugeld door extremisten. De leiders van Hezbollah en Hamas staan zelf op de dodenlijsten van radicale salafistische groepen, omdat ze bereid zijn met het Westen te praten en de democratische structuren te erkennen die door ons worden gesteund. We denken dat het allemaal om ons in het Westen draait, maar de echte strijd wordt binnen de islamitische bewegingen gestreden.’ Die analyse, die ook in het WRR-rapport is te vinden, wordt door critici als Ayaan Hirsi Ali wereldvreemd en onwetenschappelijk genoemd.

‘Zulke reacties hoor je vaker. In het debat over de islam worden voortdurende termen gebruikt die een kritische analyse in de weg staan. Dat verschijnsel wordt beschreven door Charles Freeman in The Closing of the Western Mind. Daarin analyseert hij de opkomst van het geloof en de neergang van de redelijkheid en het gezond verstand. Er wordt in het Westen een bewuste poging gedaan de dialoog te verhinderen, en groepen als Hezbollah en Hamas te demoniseren. Het gevolg is dat het debat in een militaire sfeer blijft steken: deze mensen zijn criminelen en terroristen, dus moeten we ze met militaire middelen bestrijden. We zouden zulke groepen juist toe moeten laten tot de politieke sfeer. Want dat is waar het om gaat: ze haten niet de westerse waarden, maar het westerse beleid. De enige manier om daarmee om te gaan is de bereidheid te tonen tot een echte dialoog.’

In het Westen is het idee wijdverbreid dat de islam fundamenteel onverenigbaar is met de democratie en de mensenrechten.

‘Er zijn inderdaad islamitische groepen die dat geloven, maar dat is een heel kleine minderheid. De overgrote meerderheid van de moslims steunt vrije verkiezingen. Groepen als Hamas en Hezbollah lopen daarin voorop, net als Jamaat-i-Islami in Pakistan en de Moslim Broederschap in Egypte. In het Westen bestaat het idee dat dat reactionaire bewegingen zijn, die terug willen naar de zevende eeuw. Maar dat is een fundamenteel foute benadering. Hamas en Hezbollah zijn in eerste plaats moderne, politieke bewegingen. Ze geloven alleen dat de vooruitgang niet hoeft in te houden dat ze precies zo worden als het Westen. Veel van hun waarden zijn identiek aan de onze.’

Welke waarden bijvoorbeeld?

‘Groepen als Hamas en Hezbollah spreken over respect en rechtvaardigheid, over gelijke behandeling, over waardigheid. Als ze praten over waardigheid, kun je dat vertalen als: mensenrechten. We hebben veel meer gemeenschappelijke ervaringen dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Dat heb ik al gemerkt toen ik in de jaren tachtig in Afghanistan zat om te onderhandelen met de Mujaheddeen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was mijn eigen grootvader betrokken bij zelfmoordaanvallen vanuit de loopgraven. Toen werd dat heroïsch gevonden. Is dat wezenlijk anders dan wat nu terrorisme wordt genoemd? Uiteindelijk hebben we met mensen te maken, en met politiek.’

Toch weigert de EU ieder contact met Hamas. De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken zegt dat hij niet praat met groepen die weigeren geweld af te zweren.

‘We moeten niet vergeten dat Hamas zelf een wapenstilstand heeft afgekondigd, en zich daar al sinds eind 2003 aan houdt. Juist Hamas biedt een uitweg uit het geweld. Maar dat kan alleen op basis van wederkerigheid. Het Westen roept nu dat Hamas eerst het geweld moet afzweren. Maar het idee dat je eenzijdig, en ook nog eens in een volstrekt asymmetrische politieke situatie, ontwapening kan eisen vóór er gepraat wordt, is volstrekt ineffectief, en heeft geen enkele historische parallel. De Amerikanen onderhandelden in 1973 met de Vietcong terwijl de gevechten nog aan de gang waren. In Noord-Ierland was de ontwapening de laatste stap in het vredesproces.’

Volgens critici betekent praten met Hamas en Hezbollah dat je terrorisme legitimeert. Bent u het daarmee eens?

‘Nee. Integendeel: door ze te demoniseren, door niet met ze te praten, door ze te isoleren neemt het geweld juist toe. Dan zijn er grote groepen jonge mensen – ik heb ze net nog gesproken in de vluchtelingenkampen hier in Libanon – die zeggen: Zie je wel, het heeft geen zin met het Westen te praten, want ze beschouwen ons toch als terroristen, wat we ook doen. Dan radicaliseren mensen, en neemt het geweld toe. Critici die zeggen dat we zulke groepen moeten buitensluiten, en die organisaties als de mijne verwijten thee te drinken met terroristen, vergroten juist het risico voor de westerse samenleving.’

Is het mogelijk met Hamas te praten zonder Israël te isoleren?

‘Natuurlijk. Israël heeft zelf in het verleden met Hamas gesproken, en zal dat zonder twijfel in de toekomst weer doen. De Israëli’s begrijpen heel goed dat er geen vrede kan zijn zonder Hamas. De eerste stap naar een vreedzame oplossing is praten. Dat is volstrekt vanzelfsprekend. Zelf heb ik voor de Britse overheid onderhandeld bij gijzelingen. De eerste stap is: maak contact, open de communicatie. Ben je dan bezig zo’n gijzelingsactie te legitimeren? Natuurlijk niet. Bij gijzelingssituaties is het in de hele westerse wereld volstrekt vanzelfsprekend om te communiceren, alleen al om te onderzoeken of de aannames aan beide zijden wel kloppen. Maar als het om vredesprocessen gaat, geloven we opeens dat het beter is níét te praten.’

Welke rol kan een klein land als Nederland spelen in het Midden-Oosten?

‘Kleine landen kunnen een grote rol spelen in het doorbreken van de impasse en te benadrukken dat de huidige westerse politiek rampzalige gevolgen heeft. Het westerse beleid faalt op alle terreinen, en intussen ontkennen we de nieuwe realiteit. Irak valt uit elkaar, Palestina en Syrië verkeren in een crisis, Libanon koerst af op een groot binnenlands conflict, in Afghanistan begint de oorlog aan een nieuwe fase, in Egypte, Jordanië en Saoedie-Arabië zijn grote problemen. Het kan volledig uit de hand lopen, van burgeroorlogen tot nieuwe conflicten tussen staten, en nieuwe aanslagen in westerse landen, waar twintig miljoen moslims wonen. Intussen zijn overal islamistische bewegingen in opkomst met grote invloed, die een grote rol kunnen spelen in hervormingen en het temperen van het conflict. Niet alleen Hezbollah en Hamas, maar ook Jamaat-i-Islami in Pakistan en de Moslim Broederschap in Egypte. Maar Europa keert ze de rug toe. Het is bizar: we proberen de groeiende crisis in het Midden-Oosten te bezweren door met steeds minder mensen te praten. Als de westerse landen niet bereid zijn die impasse te doorbreken, dreigt het hele Midden-Oosten in elkaar te storten. Dat is een geweldige bedreiging voor onze binnenlandse veiligheid en voor de toekomst van onze samenleving. Dat mogen we niet laten gebeuren.